Woensdag 22 juni 2016

Mediawijsheid als verplicht vak

Anno 2016 krijgen kinderen op steeds jongere leeftijd met de digitalisering te maken. Mobiele telefoons, tablets en computers zijn niet meer uit het huishouden weg te denken. De vraag die rijst is of de overheid voldoende doet om kinderen mediawijs te maken. Wat houdt het begrip mediawijsheid in? Wat is de regelgeving op dit moment? Hoe is het mediagebruik in Nederland? Krijgen kinderen de juiste handvaten mee om zich te redden in de digitale wereld?

Wat houdt Mediawijsheid in?

Mediawijsheid wordt door de Raad voor Cultuur gedefinieerd als ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’.((Raad voor Cultuur, Mediawijsheid. De ontwikkeling van een nieuw burgerschap, 2005, p. 2.)) Mediawijsheid is een veelomvattend begrip. Hier gaat om alles dat te maken heeft met sociale media, internet, smartphones en hoe je hiermee om moet gaan.

Wet en regelgeving

Het basisonderwijs is grotendeels geregeld in de Wet op het primair onderwijs. Elke leerling krijgt een aantal verplichte vakken.((https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/basisonderwijs/inhoud/vakken-en-kerndoelen-basisonderwijs.)) Deze zijn gecodificeerd in artikel 9 van deze wet. Naast deze wetgeving bestaan er sinds 1993 kerndoelen voor het basisonderwijs. De reden van deze kerndoelen is om te zorgen voor meer eenheid in wat kinderen kennen en kunnen bij het verlaten van de basisschool.((Ton Deley, Denken, doen en voelen, 2004, p. 21.)) Mediawijsheid heeft geen vaste plaats binnen de regelgeving.

Overheid

De regering heeft zich door de jaren heen meerdere malen over mediawijsheid uitgelaten. De belangrijkste voorstellen op een rijtje:

Advies Raad van Cultuur, 1996:

In 1996 werd door de Raad voor Cultuur het onderwerp media-educatie onder de aandacht van het Nederlandse kabinet gebracht. Media-educatie moest aan het vakkenpakket worden toegevoegd. Ondanks dat het advies positief werd ontvangen, werden de belangrijkste beleidsaanbevelingen niet overgenomen.((M – J. Kommers, Zicht op… media-educatie en mediawijsheid, 2005, p. 5.))

Wijziging wetsvoorstel, 2007 – 2008:

In het vergaderjaar 2007 – 2008 is er een voorstel ingediend om de Wet op het primair onderwijs te wijzigen.((Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 296, nr. 3.)) Het voorstel beoogt een structurele en niet-vrijblijvende plaats voor mediawijsheid binnen het onderwijs op te nemen als kerndoel. Dit voorstel is op de plank blijven liggen.

Regeerakkoord Rutte II, 2015:

De regering heeft zich in het regeerakkoord uitgesproken over ICT in het onderwijs. In het akkoord is afgesproken dat er een doorbraak komt op het gebied van onderwijs en ICT. Het doorbraakproject waar het akkoord over spreekt is gestart in 2013. De bedoeling is dat in 2017 scholen in het primair (en voortgezet) onderwijs gefundeerde keuzes kunnen maken over hoe ICT ingezet moet worden bij gepersonaliseerd leren. De belemmeringen in de markt en het systeem moeten zijn weggenomen. En voor scholen dient het duidelijk te zijn hoe ze de gemaakte (ICT-) keuzes kunnen implementeren.

Mediagebruik bij kinderen

Uit het rapport ‘Key Data on Learning and Innovation through ICT at School in Europe’ komt naar voren dat Nederland tot de Europese koplopers behoort wat betreft het aantal kinderen dat toegang tot internet heeft.((http://eacea.ec.europa.eu/education/eurydice/documents/key_data_series/129EN.pdf.))

Het is bijzonder dat er zoveel kinderen toegang hebben tot het internet, maar dit onderdeel toch niet behoort tot de lesstof op school. Op het internet zijn talloze dingen te vinden waar kinderen zich onveilig bij kunnen voelen. Tegenwoordig hebben kinderen vaak al op jonge leeftijd een eigen mobiele telefoon, een eigen e-mailadres en eigen online profielen. Kinderen kunnen online benaderd worden door vreemden met verkeerde bedoelingen. Niet te vergeten dat kinderen via smartphones 24 uur per dag online zijn. Uit het wetsvoorstel blijkt tevens dat ongeveer 25 procent van de kinderen een online profiel heeft. Niet iedereen krijgt daar positieve reacties op. Uit recent onderzoek van het CBS blijkt bijvoorbeeld dat een op de zes meisjes online wordt gepest.((http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2015/een-op-de-zes-meisjes-wordt-online-gepest-2012-2014.htm.)) Voor ouders is het onmogelijk om dit allemaal te controleren en daardoor hebben kinderen meer privacy dan voorheen.

Desalniettemin ligt de taak om kinderen wegwijs te maken in de digitale wereld tot op heden primair bij de ouders. De basisscholen mogen hierbij ondersteunen, maar zijn nergens toe verplicht. Ouders weten echter vaak niet waarmee hun kinderen in aanraking (kunnen) komen. Ze lopen achter op de technische ontwikkelingen en zoals aangegeven is toezicht houden moeilijker dan voorheen.

Een kritische blik

De vraag in dit afsluitende stuk is of de overheid er voldoende aan doet om de kinderen de juiste handvaten mee te geven om zich in dit digitale tijdperk te redden.

De overheid is meerdere projecten gestart en er zijn meerdere voorstellen tot wetswijziging voorbijgekomen. Toch zijn er tot op heden geen verplichte leerdoelen opgesteld en behoort mediawijsheid ook niet tot het verplichte vakkenpakket. Uit het rapport blijkt zelfs dat Nederland een van de weinige landen is waar dit niet voor is geregeld.((http://eacea.ec.europa.eu/education/eurydice/documents/key_data_series/129EN.pdf.)) Kijkend naar die grote hoeveelheid kinderen met toegang tot het internet lijkt het bijna een plicht voor de overheid om mediawijsheid aan het standaard lesprogramma toe te voegen.

Het ontbreken van deze regelgeving maakt het voor scholen ingewikkeld om maatwerk aan te bieden. Er zijn talloze aanbieders te vinden van lesmateriaal. Door het gebrek aan kennis op het gebied van ICT zijn scholen niet altijd in staat om de juiste keuzes te maken. Als er over deze materie vaste regelgeving komt, is het voor aanbieders interessanter om lesmateriaal voor het onderwijs te ontwikkelen. Die concurrentiestrijd zorgt voor kwalitatief betere producten. Het doorbraakproject zou hierbij kunnen helpen.

Een ander gevaar schuilt zich in het ontbreken van randvoorwaarden over de privacy van kinderen. Hierover is onlangs al een probleem in de media naar voren gekomen.((http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/scholen-spelen-privegegevens-leerlingen-door-naar-uitgevers.)) Scholen bleken privégegevens van leerlingen door te spelen naar de uitgevers. De staatssecretaris eist dat scholen meer verantwoordelijkheid op zich nemen.((http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/dekker-scholen-verantwoordelijk-voor-privacy-leerlingen.)) Het valt te betwisten of het wel eerlijk is om dit op het bordje van de school te schuiven. De overheid zou ook eerst zelf tot regelgeving kunnen komen. Scholen hadden immers alleen toegang tot de software van de uitgevers als ze akkoord gingen met de voorwaarden van de uitgevers.

Het zou verstandig zijn dat de regering het doorbraakproject afrondt en mediawijsheid, net als rekenen en taal, in de wet verplicht stelt. Het wetsvoorstel uit 2007 – 2008 is een mooi begin, maar deels achterhaald. De cijfers over het mediagebruik liggen hedendaags vele malen hoger. En ook de invloed van social media en het aantal mogelijke sociale kanalen zijn enorm gestegen. Tot slot zou er in het wetsvoorstel ook meer aandacht moeten worden besteed aan het gedrag van kinderen zelf. Haatdragende teksten zijn bijna niet meer weg te denken. Kinderen van jonge leeftijd beseffen lang niet altijd wat die teksten aan kunnen richten. Het vak mediawijsheid zou hen hierover moeten informeren.