Dinsdag 19 juli 2016

De auteursrechten van Anne Frank

Lang verwacht: een integrale online publicatie van de dagboeken van Anne Frank. Het zou 1 januari 2016 zover zijn, het verlopen van de auteursrechten, maar het is niet gebeurd! Door de rechtbank Amsterdam werd in december 2015 uitgelegd waarom we de dagboeken nog niet vrijelijk mogen gebruiken. Hoelang duurt het nog voor we met een internetverbinding vanuit iedere huiskamer de dagboeken kunnen bekijken? Een kijkje in een zaak over auteursrechten in huidig perspectief en een blik op de toekomst!

Het vonnis: wie is wie?

In deze zaak staat het Anne Frank Fonds (hierna: Fonds) tegenover de Anne Frank Stichting (hierna: Stichting). Om de zaak te begrijpen is het van belang eerst te kijken naar deze procespartijen.

De Stichting is in 1957 opgericht om te voorkomen dat het huis, waar de familie Frank tijdens de oorlog in woonde, zou worden gesloopt. De Stichting heeft als doelstelling het levensverhaal en de idealen van Anne Frank uit te dragen en zet zich in tegen racisme.((http://www.annefrank.org/nl/subsites/tijdlijn/naoorlogse-periode-1945-heden/gered-van-de-sloop/1957/de-anne-frank-stichting-wordt-opgericht/#!/nl/subsites/tijdlijn/naoorlogse-periode-1945-heden/gered-van-de-sloop/1957/de-anne-frank-stichting-wordt-opgericht/.))

Het Fonds is in 1973 opgericht in Basel, Zwitserland. Deze organisatie heeft als doel een sociale en culturele rol te spelen in de maatschappij, waarbij de geest van Anne Frank wordt uitgedragen. De auteursrechten op het dagboek van Anne Frank liggen bij het Fonds en dit wil zich, onder andere uit de opbrengsten van de exploitatie van deze rechten, inzetten voor goede doelen tegen racisme.((http://www.annefrank.ch.))

Ook al lijken de partijen gelijke doelen na te streven, ze staan toch tegenover elkaar voor de Rechtbank Amsterdam. De Stichting wil in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (kort: KNAW) de manuscripten van de dagboeken integraal digitaal publiceren. Deze partijen vinden uit het oogpunt van de historie en het maatschappelijk belang dat een uitvoerige analyse van Anne Frank als schrijfster gewenst is. Hiervoor achten ze het nodig dat de dagboeken integraal via het internet beschikbaar moeten zijn. Ze beroepen zich op de vrijheid van informatie voor het publiek en de vrijheid van wetenschap.((Art. 11 en art. 13 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.)) Hiertegenover staat het Fonds. Het Fonds wil haar auteursrechten handhaven en verzet zich tegen het kopiëren en publiceren van de teksten voor het onderzoek.

Een duik in de geschiedenis: Anne Frank als schrijfster

Anne Frank schreef zelf twee versies van het dagboek: versie A en versie B. De eerste versie schrijft ze voor zichzelf en de tweede versie is een herschreven dagboek met het oog op publicatie, ze wilde immers schrijfster worden.

Na de dood van Anne Frank in 1945 worden de teksten door de hulp des huizes bewaard en overgedragen aan het enig overlevende familielid: vader Otto Frank. Hij redigeerde de twee versies van Anne Frank tot het boek ‘Het Achterhuis’ dat in 1947 in Nederland wordt gepubliceerd, ook wel bekend als versie C. Na het overlijden van Otto Frank in 1980 worden de auteursrechten overgedragen aan het Fonds.

In 1986 worden de originele dagboeken, versie A en B, als wetenschappelijke editie uitgegeven door het NIOD: het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.((http://www.theguardian.com/books/2015/dec/31/anne-frank-foundation-fights-plans-publish-diary-online-1-january.)) In deze editie staan teksten die nooit eerder zijn gepubliceerd, omdat Otto Frank ze had weggelaten bij het schrijven van ‘Het Achterhuis’ of omdat ze simpelweg nog niet boven water waren gekomen.

De laatste editie, versie D van 1991, is samengesteld door schrijfster Mirjam Pressler. Deze editie is nog altijd in druk en is wederom zeer vernieuwend.

Huidig perspectief: beschermingsduur

Het staat buiten kijf dat Anne Frank de maker is als het gaat om de originele dagboeken, versie A en versie B. Anne is immers de ‘maker’ van de teksten in de zin van de Auteurswet. Anne Frank heeft deze teksten alleen niet zelf rechtmatig openbaar gemaakt. In 1947 komt ‘Het Achterhuis’ uit met onderdelen van de door Anne geschreven teksten. In 1986 worden de originele teksten door het NIOD rechtmatig openbaar gemaakt, waarbij veel nieuwe stukken zijn ingevoerd.

Vóór het vonnis van de Rechtbank Amsterdam was de publieke opinie dat de auteursrechten op 1 januari 2016 zouden verlopen, namelijk 70 jaar na het overlijden van Anne Frank. Deze regel volgt uit artikel 37 Auteurswet. Door het onderzoek van de partijen in de aanloop naar het geding is echter het een en ander aan het licht gekomen.

Een korte schets van het juridisch kader. Relevant is een wetswijziging in 1995. In Nederland gold tot dat moment namelijk een beschermingsduur voor auteursrechten van 50 jaar na het overlijden van de maker. Na de wijziging geldt een beschermingsduur van 70 jaar.((Art. 37 Auteurswet (1973/1995) en art. 37 Auteurswet (huidig).)) Daarnaast gold er voor 1995 nog een speciale regel voor werk dat pas ná het overlijden van de maker rechtmatig openbaar gemaakt is, ook wel: postuum gepubliceerd. De geldigheid begint dan pas te lopen vanaf het moment van die rechtmatige openbaarmaking. Speciaal overgangsrecht zorgt ervoor dat een reeds lopende termijn onder het oude recht niet verkort kan worden door nieuw geldend recht.((Art. 51 Auteurswet (huidig).))

Dit betekent voor de dagboeken van Anne Frank het volgende: ‘Het Achterhuis’ werd voor het eerst in 1947 openbaar gemaakt en valt onder de speciale regel van postuum publiceren.((Art. 38 lid 2 Auteurswet (1985/1995) jo. Art. 51 Auteurswet (huidig).)) Dit houdt in dat de termijn 50 jaar is en aanvangt bij publicatie in 1947. Vanwege het speciale overgangsrecht geldt daarentegen een duur van 70 jaar na het overlijden van de maker omdat deze termijn later afloopt dan de postume regel van 50 jaar. Dit zorgt dus voor een duur van 70 jaar na het overlijden van Anne Frank; 1 januari 2016. Maar die duur geldt niet voor het gehele dagboek. In de eerste publicatie zijn immers onderdelen weggelaten. De teksten die in 1986 voor het eerst zijn gepubliceerd vallen ook onder de postume regeling. Voor deze teksten geldt wél dat ze onder de beschermingsduur van 50 jaar vanaf de publicatie vallen. Deze termijn loopt af op 1 januari 2037 en is dus langer dan wanneer de regel van 70 jaar na het overlijden van de maker wordt aangehouden. Het speciale overgangsrecht geldt in dit geval dus niet.((Rechtbank Amsterdam, 23-12-2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9312, r.o. 4.3.))

Blik op de toekomst: gemeenschappelijk auteursrecht

Waar het bij de Rechtbank Amsterdam niet over gaat is een eventueel gemeenschappelijk auteursrecht.((Art. 26 Auteurswet (huidig).)) In de onderliggende zaak was het niet van belang, maar in de toekomst wellicht wel!

Otto Frank heeft namelijk delen van versie A en B geredigeerd en in 1947 het boek ‘Het Achterhuis’ gepubliceerd. Het is de vraag of hij hierdoor aan te merken is als ‘co-auteur’ van het werk en dus een eigen auteursrecht creëert. Mocht dit het geval zijn dan verloopt het gemeenschappelijk auteursrecht 70 jaar na de dood van de langstlevende, Otto Frank in dit geval, op 1 januari 2051.((Art. 37 jo. art. 51 Auteurswet (huidig).))

Wanneer ‘Het Achterhuis’ louter een samenvoeging van versie A en B is waarbij Otto Frank overlappende delen weg heeft gelaten, zal het boek waarschijnlijk niet voldoen aan de eisen om Otto Frank een eigen auteursrecht te geven. Wanneer Otto Frank echter in voldoende mate zijn persoonlijk stempel heeft toegevoegd zal het wel voor een gemeenschappelijk auteursrecht in aanmerking komen.((De Hoge Raad heeft bepaald dat een werk alleen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kan komen op grond van art. 1 Auteurswet indien het werk een ‘eigen oorspronkelijk karakter’ draagt met het ‘persoonlijk stempel van de maker: Stokke/Fikszo,12-04-2013.)) De advocaat van het Fonds pleit voor het nieuwe werk, en dus een mogelijk gemeenschappelijk auteursrecht: “Je kunt het vergelijken met de kunstenaar die een collage van andermans foto’s maakt. Hoewel hij de gebruikte foto’s niet zelf heeft geschoten, is het auteursrecht op de collage wel van hem.”((http://www.nrc.nl/nieuws/2015/11/17/otto-frank-co-auteur-gemaakt-van-dagboek-van-anne-frank.))

Uiteindelijk zal het een rechter zijn die hierover moet gaan oordelen. Naast de kwestie van Otto Frank zal ook Mirjam Pressler, schrijfster van versie D, meedingen voor een gemeenschappelijk auteursrecht. Mocht dit recht worden verleend dan is het eind van het monopolie op de auteursrechten nog niet in zicht, aangezien zij nog in leven is.

Conclusie

Uiteindelijk maakte het bij de Rechtbank Amsterdam niet uit; de auteursrechten van het Fonds hebben moeten wijken voor de grondrechten, namelijk de vrijheid van informatie van het publiek en de vrijheid van wetenschap.((Rechtbank Amsterdam, 23-12-2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9312, r.o. 4.9.)) De partijen hebben echter afgesproken de onderzoeksverslagen niet integraal digitaal te publiceren zolang de auteursrechten voortduren. Op dit moment is er dus nog geen mogelijkheid om de dagboeken vanuit de huiskamer via internet te bekijken. De problematiek rondom de kluwen aan versies dagboeken, wetteksten en overgangsregelingen blijft bestaan. In dit geval heeft het auteursrecht het onderspit moeten delven maar in de toekomst zullen zich nieuwe problemen voordoen, en wat zal dan de uitkomst zijn?