Donderdag 5 januari 2017

BINC-technologieën en hun invloed op het recht

Inleiding

Kunstmatige intelligentie, cyborgs, robotisering en 3D-printen. Dit is slechts een greep uit de eindeloos lange lijst van mogelijkheden die de technologie van dit moment ons biedt en deze lijst zal in de toekomst alleen nog maar langer worden. Het zijn allemaal gevolgen van de wereldwijde ‘informatie technologische’ revolutie waarin onze maatschappij zich bevindt. Deze revolutie kwam volgens de Spaanse socioloog Manuel Castells op gang in de jaren 70, vooral nadat in 1971 in Silicon Valley de microprocessor werd uitgevonden. De razendsnelle diffusie van nieuwe technologieën leidt telkens tot (nieuwe) toepassingen, waardoor deze diffusie weer wordt versneld. De informatie-/postindustriële samenleving waarin wij leven wordt gedragen door de steeds verdere codificatie en toepassing van wetenschappelijke kennis. ((B. Steijn, Werken in de informatiesamenleving, Assen: Gorcum b.v., Koninklijke Van 2001, p. 7)) In deze blog gaan we ons richten op BINC (bio-, info-, nano- en cogno-technologieën). We gaan kijken hoe deze technologieën de menselijke geest en het menselijk lichaam beïnvloeden op een manier die effect heeft op ons moreel en juridisch handelen.

 

Wat is BINC?

Als we het over BINC hebben, hebben we het over bio-, info-, nano- en cogno-technologieën. Hoewel deze technologieën in groeiende mate bijdragen aan economische groei, kwaliteit van leven en de veiligheid van onze maatschappij, roepen ze ook tal van ethische, technische en juridische vragen op. ((Rapport ‘Juridische aspecten van autonome systemen’, ECP, Platform voor de Informatiesamenleving, p.3)) In eerste instantie bestonden nano- en info-technologie als natuurwetenschappen en bio- en cogno-technologie als levenswetenschappen vaak naast elkaar. ((W.B. Teeuw, H.J.G. de Poot en E.C.C. Faber, De impact van convergerende technologieën op securitytoepassingen, Justitiële Verkenningen 34, p.19)) Tegenwoordig zien we dat deze technologieën meer en meer verweven raken met elkaar, ook wel convergentie genoemd. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat we levende systemen (zoals schapen) met gemaakte systemen (machines) kunnen klonen, we in staat zijn vlees te kweken en er op het gebied van genetische manipulatie steeds meer mogelijkheden zijn. Door de convergentie van deze technologieën worden de menselijke geest en het menselijk lichaam beïnvloed en daaruit blijkt dat het klassieke mensbeeld aan verandering onderhevig is. Dit kan aan de hand van een voorbeeld over een ‘autonome koffiezetautomaat’ worden verduidelijkt.

Als iemand een kop koffie uit een automaat koopt is diegene in principe niet via die automaat betrokken op de werkelijkheid daarachter maar op die automaat zelf. ((Peter-Paul Verbeek, Techniek en de grens van de mens, de menselijke conditie in een technologische cultuur, Boom Tijdschriften 2005, h. 3, p. 6)) Deze situatie verandert echter wanneer diezelfde koffiezetautomaat niet op zichzelf staat, maar gekoppeld is aan het internet waarmee het zelfstandig kan communiceren en de mogelijkheid heeft om de samenstelling van de koffie te veranderen. Op deze manier kan de automaat zonder menselijke tussenkomst data analyseren en door middel van het internet communiceren. Hierdoor wordt het een zelfstandig communicerend object. Een ingebouwde camera kan bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukkingen van afnemers vastleggen en deze data kunnen voor marketingdoeleinden worden geanalyseerd. Het is niet uit te sluiten dat koffiezetautomaten op een gegeven moment zoveel data kunnen verkrijgen en analyseren dat ze in staat zijn zelf beslissingen te nemen. Daarnaast zou de koffiezetautomaat op basis van de data die het heeft verzameld de samenstelling van de koffie kunnen aanpassen om zo het gedrag van de individuele koper te beïnvloeden of zelfs te sturen. We krijgen dan een autonoom systeem dat zijn eigen marketingstrategie op afzonderlijke afnemers kan bepalen op grond van alle data die het (mede via het internet) verzamelt en analyseert. Dit is niet ondenkbaar gezien het feit dat er in 2009 al 0,9 miljard apparaten (exclusief PC’s, tablets en smartphones) toegang tot het internet hadden en Gartner (het grootste onderzoeks- en adviesbureau in de informatietechnologie-sector) voorspelt dat dit er 26 miljard zullen zijn in 2020. ((http://www.gartner.com/newsroom/id/2636073, persbericht, Stamford Connecticut, 12 december 2013))

 

De invloed van BINC op het recht

Zoals we hebben gezien beïnvloeden BINC-technologieën de menselijke geest en het menselijk lichaam. Dit gebeurt op een manier die effect heeft op het moreel en dus ook op het juridisch handelen. De juridische traditie schrijft voor dat de persoon in het recht autonoom is en daarom als enige aansprakelijk. Slechts de persoon kan handelen en is nooit subject. Door de convergentie van BINC vervaagt echter de grens tussen binnenwereld (menselijke geest/ lichaam) en buitenwereld en is er een herdefinitie nodig van de grens tussen de persoon, zijn handelen en daarnaast het voorwerp van zijn handelen. Neem bijvoorbeeld de groeiende mogelijkheden binnen de geneeskunde om technologie in het lichaam aan te brengen (zoals implantaten) ter verbetering of zelfs gedeeltelijke vervanging van dit lichaam. We zien dus dat de techniek de persoon (steeds meer) binnendringt, de mens wordt meer en meer object van de technologie. ((B.C. van Beers, Persoon en lichaam in het recht. Menselijke waardigheid en zelfbeschikking in het tijdperk van de medische biotechnologie, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 775)) Als tweede voorbeeld valt te noemen de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Wanneer een door mensen gemaakt systeem in staat is autonome beslissingen te maken wordt het handelen ontkoppeld van de persoon. In het verlengde hiervan ligt dat het voorwerp (het systeem of de machine) zelfstandig/autonoom wordt.

Deze ontwikkelingen leveren tal van rechtsvragen op omtrent privacy, verantwoordelijkheid en eigendom. Daarnaast nemen de mogelijkheden op het gebied van cybercrime alleen maar toe en zullen cybersecurity en cybersafety een steeds belangrijkere rol gaan spelen in onze samenleving. Het juridisch systeem, gebonden aan het verleden, wordt geconfronteerd met revolutionaire veranderingen die in een toenemend tempo plaatsvinden. Deze gebondenheid aan het verleden vermoeilijkt de aanpassing aan het ‘convergentietijdperk’ dat gedreven wordt door atomen, qubits, chips, neuronen en genen. ((William Sims Bainbridge and Mihail C. Roco (e.a.), Managing Nano-Bio-Info-Cogno Innovations, Converging Technologies in Society, Dordrecht: Springer 2006, p. 280))

 

Conclusie

We hebben gezien dat de convergentie tussen bio-, info-, nano- en cogno-technologieën in de wereldwijde ‘informatie technologische’ revolutie waarin we zitten leidt tot een toenemend aantal mogelijkheden die zijn weerga niet kent. BINC-technologieën beïnvloeden het menselijk lichaam en de menselijke geest op een manier die het moreel en dus ook het juridisch handelen beïnvloedt. De grens tussen binnenwereld en buitenwereld vervaagt en daarom is er een herdefinitie nodig van de grens tussen de persoon, het handelen van de persoon en het voorwerp van zijn handelen. Deze ontwikkelingen resulteren in juridische vraagstukken over onder meer privacy, verantwoordelijkheid en eigendom. Daarnaast zorgen deze ontwikkelingen voor een groter wordend speelveld voor cybercrime, waardoor cybersecurity en cybersafety een steeds belangrijkere rol gaan spelen in onze samenleving.