Donderdag 26 januari 2017

De rechtszaal voorbij: alternatieven voor traditionele rechtspraak

De rechtszaal voorbij: alternatieven voor traditionele rechtspraak

Rechters in de moderne wereld hebben het moeilijk. In elke zaak wordt van hen verwacht dat zij zich verdiepen in alle aspecten van de situatie, om vervolgens een geïnformeerd oordeel te vormen. Dit betekent dat in de huidige tijd van softwarecontracten en computercriminaliteit de rechter kennis zal moeten opdoen over de details van digitale producten voor hij een uitspraak kan doen. Soms levert dit vreemde uitspraken op, zoals de zaak die in 2009 voor het Gerechtshof Amsterdam kwam, waarin werd geoordeeld dat de betekenis van de afkorting A.C.A.B. een feit van algemene bekendheid was, omdat het 190.000 hits opleverde op Google.((https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3651)) Al snel kwamen de eerste reacties over andere ‘feiten van algemene bekendheid’, zoals ‘geesten bestaan’ (265.000 hits) en ‘honden kunnen praten’ (575.000 hits). Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad dat googelen geen goede werkwijze is en werd de uitspraak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.(( https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2011:BP0291)) Toch levert een situatie als deze ook vragen op. De weg naar de rechter is prijzig, kan jaren duren en toch is al deze tijd en moeite geen garantie voor een geïnformeerde uitspraak. Het is dan ook niet raar dat er een roep in de maatschappij is ontstaan voor alternatieven voor traditionele rechtspraak. In dit artikel zal gekeken worden naar drie mogelijkheden. De eerste twee zijn geschillencommissies en Online Dispute Resolution (ODR), die beide al in opkomst zijn. De derde optie, een rechtsprekend algoritme, laat nog op zich wachten, maar biedt mogelijkheden voor de toekomst.

Geschillencommissies

Veel brancheorganisaties hebben geschillencommissies opgericht waar gespecialiseerde juristen zitting in nemen. Vooral op ICT-gebied, waar geschillen vaak gekenmerkt worden door langdurige, complexe verhoudingen, is er een vraag naar geschilbeslechting door professionals. In de ICT-sector is de bekendste commissie de SGOA, Stichting Geschillenoplossing Automatisering. Deze commissie accepteert geschillen op het gebied van organisatie en automatisering, zoals bijvoorbeeld problemen met softwarecontracten.(( http://www.sgoa.eu/sgoa/organisatie/ ))  Omdat een softwarecontract vaak een langdurige relatie is tussen een leverancier en een afnemer, komt het ook veel voor dat partijen niet op zoek zijn naar een bindende uitspraak, maar naar begeleiding voor het onderhandelingsproces. Deze vorm van bijstand heet mediation, waar een geschillencommissie niet optreedt als plaatsvervangend rechter, maar als bemiddelaar. De partijen komen vervolgens zelf tot een uitkomst.(( https://www.rechtspraak.nl/Hoe-werkt-het-recht/mediation-naast-rechtspraak )) Vanwege de overbelasting van rechtbanken en gerechtshoven is de rechterlijke macht nu zelf begonnen met het actief aanbieden van mediation-opties. Een van de manieren waarop dit gebeurt is Court Annexed Mediation.(( https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/2009-RM-op-maat-beslecht-mediation-naast-rechtspraak-1999-2009.pdf )) Hier geeft de rechter opdracht tot het beslechten van een geschil of een deel van het geschil via mediation voordat de zaak voorkomt in de rechtbank. In de tijd dat de mediator bezig is, ligt de zaak bij de rechter stil en kan ervoor worden gekozen om deze na afloop van de mediation niet meer voort te zetten. Momenteel komt deze vorm van geschilbeslechting vooral voor in het geval van scheidingen en is er zelfs een wetsvoorstel ingediend (en ingetrokken, met de intentie deze via de regering weer in te dienen) om mediation bij een scheiding verplicht te maken.(( https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33723_initiatiefvoorstel_van_der )) Ook vanuit de EU, waar een zaak bij het Hof van Justitie soms wel zes jaar kan blijven liggen, beginnen initiatieven te komen om mediation in civiele geschillen te stimuleren.(( http://fd.nl/economie-politiek/1124604/europees-hof-van-justitie-is-enorm-overbelast )) Afgelopen juli is een Europese richtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd die tot doel heeft om minimumeisen te stellen voor buitenrechtelijke geschilbeslechting en om een beter niveau van bescherming te bieden, vooral voor consumenten.

Online Dispute Resolution (ODR)

Met de toename van online marktplaatsen zijn er talloze mogelijkheden om met mensen over de hele wereld overeenkomsten te sluiten. Deze toename zorgt er echter ook voor dat er meer mogelijkheden zijn om geschillen te krijgen met mensen over de hele wereld. Om ervoor te zorgen dat eigenaars van deze marktplaatsen niet constant in verschillende landen gedaagd worden, maken zij gebruik van online arbitragebedingen. ((Private rechtspraak : online en offline een realiteit. / de Vey Mestdagh, C.N.J. In: Justitiele Verkenningen, Vol. 2012, No. 8, 5683, 2012, p. 81-93.)) In de artikelen 1020-1073 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is een regeling opgenomen die het mogelijk maakt voor partijen om een geschil voor te leggen aan een persoon die geen rechter is. Deze uitspraak is dan, indien deze voldoet aan de regels uit art. 1021 Rv, bindend. Deze vorm van geschilbeslechting heet arbitrage en is aan strengere regels gebonden dan mediation. Een andere aspect op het gebied van ODR is een procedure opgezet door de EU, de procedure voor geringe vorderingen. Elke vordering onder de €2000,- in grensoverschrijdende conflicten kan worden voorgelegd aan het gerecht opgezet door de EU. De procedure is bedoeld om binnen drie maanden een oplossing te hebben en is door de hele Europese Unie ten uitvoer te leggen.((https://e-justice.europa.eu/content_small_claims-42-nl.do )) ODR brengt echter veel aandachtspunten mee, die op hun eigen manier moeten worden ontwikkeld. Zo is informatiebeveiliging essentieel om een procedure effectief online te kunnen opzetten. Dit betekent dat elektronische identiteiten moeten kunnen worden geverifieerd, via een betrouwbare elektronische handtekening. Daarnaast dient er een zekere vorm van beveiliging te zijn voor de communicatie tussen de partijen en de persoon die het geschil beslecht. Ook aan de kant van de persoon die geschillen beslecht dienen waarborgen te zijn om de vertrouwelijkheid van de ontvangen informatie te kunnen verzekeren. De websites die worden opgezet voor partijen om zich aan te melden en informatie te verstrekken moeten versleuteld zijn en dienen een privacy policy te hebben die verzekert dat gegevens niet zomaar gedeeld worden met derden. Een laatste probleem met ODR is dat de naleving van de uitspraken niet altijd vanzelfsprekend is. Hoewel het wettelijk staat vastgesteld dat uitspraken die tot stand komen via de wettelijke regels voor arbitrage juridisch bindend zijn, kan het voorkomen dat verliezende partijen toch denken dat een vonnis dat niet van een rechter komt optioneel is. Om ervoor te zorgen dat een vonnis ten uitvoer wordt gelegd in Nederland, zal een partij ex art. 1062 Rv een verzoekschrift in moeten dienen bij een voorzieningenrechter. Hoewel een verzoekschriftprocedure vaak veel korter duurt dan een normale rechtsgang, is het toch een nadeel dat men na een buitengerechtelijke procedure weer aan moet kloppen bij de overheidsrechter.(( http://www.flinckadvocaten.nl/ten-uitvoer-leggen-van-een-arbitraal-vonnis/ ))

Rechtsprekende algoritmes

Net zoals industrialisering ervoor zorgde dat de machine het werk van veel arbeiders overnam, dreigt nu robotisering wederom voor een veranderend werkveld te zorgen. Zelfrijdende auto’s zullen vernieuwing in de transportsector brengen en cassières worden langzaamaan vervangen door zelfscanners. Ook hoger opgeleide beroepsgroepen, zoals chirurgen, kijken toe terwijl er robots worden ontwikkeld die leren te opereren.(( http://singularityhub.com/2015/05/18/watch-surgical-robot-deftly-suture-a-grape/ )) Automatisering in de rechterlijke macht beperkt zich momenteel nog tot ondersteunende processen. Beslaglegging op elektronische gegevens, digitaal procederen en digitale bewijsstukken worden momenteel in de regelgeving verwerkt om zo de rechtsgang te moderniseren.(( https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2014/10/20/wetsvoorstel-digitaal-procederen-naar-tweede-kamer )) Toch lijken de traditionele spelers in de zaal, advocaten en rechters, zich nog niet druk te maken over een rechtsprekende robot of een pleitende machine. Veel juristen zijn sceptisch over het idee van een computer als rechter. Vaak gehoorde argumenten zijn de waarde van menselijkheid in een rechter, omdat regels niet statisch zijn. Gezegd wordt dat het recht meegroeit met maatschappelijke ontwikkelingen en dat redelijkheid en billijkheid niet geprogrammeerd kunnen worden. Ook andere subjectieve beginselen, zoals goed werkgeverschap en goede trouw kunnen niet worden omgezet naar computercode.(( http://www.rjbadvocatuur.nl/rjblog/de-computer-als-rechter/ )) De vraag is echter of deze menselijkheid wel altijd leidt tot eerlijkere uitspraken. In 2015 nog bleek uit onderzoek dat verdachten met een niet-Nederlandse achtergrond vaker en langere straffen opgelegd kregen.(( http://www.rjbadvocatuur.nl/rjblog/de-computer-als-rechter/ )) Ook bij oordeelvelling over ‘menselijke’ aspecten, zoals persoonlijkheid, bleken computers met genoeg input (in dit geval Facebook-likes) betere inschattingen te kunnen maken dan vrienden en familie.(( http://www.cam.ac.uk/research/news/computers-using-digital-footprints-are-better-judges-of-personality-than-friends-and-family )) Dit soort onderzoek kan betekenen dat in de toekomst computers ook subjectieve factoren kunnen berekenen, zoals hoeveel recidive-risico iemand heeft. Een computer zal misschien zelf geen afweging kunnen maken over wat wel of niet onder goed werkgeverschap valt, maar hij zal beter dan alle menselijke rechters data kunnen analyseren om te kijken wat de maatschappelijke opinie over goed werkgeverschap is. Rechtsprekende algoritmes zijn nog een verre toekomstdroom, maar het is niet onredelijk om te denken dat rechters binnenkort met goede argumenten op de proppen zullen moeten komen om te bewijzen dat hun menselijkheid wel echt zo essentieel is voor hun beroep.