Het ministerie van Justitie is voornemens het Wetboek van Strafvordering uit te breiden met een aantal artikelen die politie en justitie bevoegdheden geven bij de bestrijding van terrorisme. Het voorstel is goedgekeurd door de ministerraad en ingediend bij de Raad van State.
Op het gebied van het bevriezen van gegevens wordt het volgende artikel voorgesteld:
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 juli 1999 ingediende wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Telecommunicatiewet in verband met nieuwe ontwikkelingen in de informatietechnologie (computercriminaliteit II) (26 671) tot wet is verheven en die wet in werking getreden is op het tijdstip waarop deze wet
in werking treedt, wordt deze wet als volgt gewijzigd:
Artikel 126zja
1. In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde gegevens die ten tijde van de vordering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij in het bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging, vorderen dat deze gegevens gedurende een periode van ten hoogste negentig dagen worden bewaard en beschikbaar gehouden. De vordering kan niet worden gericht tot de verdachte.
2. Artikel 126ni, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing