Graafrechten
De infrastructuur voor telecommunicatie en internet bestaat voor een groot deel uit kabels: het vaste net. Ook mobiele communicatie maakt gebruik van het vaste net en van mobiele netwerken dicht bij de gebruikers. Waar vroeger het vaste telefonienetwerk bovengronds met behulp van houten palen was aangelegd, is tegenwoordig - zeker in stedelijke gebieden - het netwerk ondergronds. Dit betekent dat voor aanleg, onderhoud en uitbreiding van vaste netwerken in de grond moet worden gegraven. Omdat er meerdere netwerkexploitanten zijn kan dat voor behoorlijke overlast zorgen. Het beeld van straten en trottoirs die voor van alles en nog wat kort na elkaar worden opgebroken is de burger een doorn in het oog. Om die reden mogen gemeenten – aanvullend op het beginsel dat zij graafwerken moeten gedogen (gedoogplicht) en geen precarioheffing mogen opleggen – wel een gecoördineerde aanpak van de graafwerkzaamheden afdwingen. Over de condities waaronder netwerkexploitanten hun netwerken kunnen aanleggen en onderhouden is veel te doen geweest. De klacht van de netwerkexploitanten is dat gemeenten niet altijd met één maat meten. Bijvoorbeeld wanneer het netwerken betreft (zoals die van kabel-tv en -radio) die de gemeenten zelf exploiteren. Wanneer er gegraven wordt op plaatsen waar al leidingen liggen, bestaat het risico dat deze leidingen beschadigd raken (graafschade). Om dit te voorkomen is het KLIC opgericht als centraal informatiepunt omtrent de ligging van kabels en leidingen.
|