Digitale grondrechten
In 1997 vergeleek de toenmalige minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, een e-mail met een ansichtkaart. Dit was de aanleiding voor het kabinet om later dat jaar een voorstel tot wijziging van artikel 13 Grondwet inzake het brief-, telefoon- en telegraafgeheim in te dienen. Het voorstel om het klassieke briefgeheim te vervangen door een recht op vertrouwelijke communicatie is echter nooit door de Tweede Kamer gekomen. Daarop stelde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Peper, een commissie in onder leiding van proffesor Hans Franken, die zou gaan adviseren over ‘grondrechten in het digitale tijdperk’. Het rapport is verschenen, de voorstellen tot wijziging van de grondwet zijn gemaakt. Na enkele kamervragen bleef het lange tijd stil rond de voorstellen. Eind oktober 2004 besloot het kabinet het dossier ‘Digitale Grondrechten’ weer op te pakken. De bestaande voorstellen worden niet meer gebruikt; er komen nieuwe voorstellen inzake de digitale implicaties voor de vrijheid van meningsuiting, het brief-, telefoon- en telegraafgeheim en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In de nieuwe kabinetsplannen zal, zo wordt aangegeven, nadrukkelijk aandacht worden besteed aan diverse internationale ontwikkelingen rondom de toepassing van mensenrechten in de informatiesamenleving.
|
 |
 |