|
Omdat frequenties schaars zijn, grensoverschrijdend en omdat het belangrijk is dat in verschillende landen dezelfde frequenties voor dezelfde doeleinden worden gebruikt, worden er op internationaal niveau bindende afspraken over gemaakt (bijvoorbeeld binnen de ITU en het ERO). Binnen de internationale kaders worden er door de overheid regels opgesteld over het nationale frequentiegebruik. Het nederlands frequentiebeleid is geregeld in hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet.
In het nationaal frequentieplan wordt bepaald welke frequenties voor welke doeleinden gebruikt worden. Het frequentieplan wordt opgesteld binnen het Directoraat Generaal Telecommunicatie en Post van het ministerie van Economische Zaken. Belanghebbenden hebben invloed op de inhoud van het plan door middel van een consultatieprocedure door het Nationaal Frequentie Overleg (NFO). Momenteel is het frequentieplan 2002 geldend, het frequentieplan 2005 is in voorbereiding. In het frequentieplan wordt het toewijzen van frequenties afhankelijk gesteld van de categorie waartoe het beoogde gebruik behoort. De categorien zijn: - zakelijk gebruik
- gebruik voor vitale overheidsdoeleinden (defensie, politie)
- omroep (publieke en commerciele radio en TV)
- overig gebruik
Commentaar |
 |
Nog geen commentaar geplaatst
|