|
V040516080.pdf (16 KB)
Vragen van het lid Gerkens (SP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de EU-richtlijn voor octrooiering van in computers geïmplementeerde uitvindingen. (Ingezonden 9 juni 2005)
1 Kunt u aangeven van welk ministerie de Nederlandse vertegenwoordiging, die tijdens de attachégroep van 27 mei jl. heeft gesproken, afkomstig is? 2 Kunt u aangeven wat de Nederlandse vertegenwoordiging tijdens de attachégroep van 27 mei jl. heeft gezegd? Zo neen, waarom niet? 3 Kunt u uitleggen hoe de uitspraken van de vertegenwoordiging te rijmen zijn met uw uitspraken tijdens het algemeen overleg vóór de Raad voor Concurrentievermogen op 2 juni jl.? 4 Kunt u aangeven met welke instructies u de Nederlandse vertegenwoordiging naar de hierboven genoemde attachégroep van 27 mei jl. heeft gestuurd? Zo neen, waarom niet? 5 Bent u bereid om, naast de overige lidstaten, tevens het Europees Parlement via de rapporteur te informeren over de status van de inbreng van de Nederlandse vertegenwoordiging bij de eerder genoemde attachégroep van 27 mei jl.? Zo neen, waarom niet? Zo ja, per wanneer? 6 Kunt u uitleggen hoe in het algemeen (formeel gezien) de taakopdracht van Nederlandse vertegenwoordigingen bij attachégroepen verloopt en hoe de controle daarop wordt vormgegeven? Zo neen, waarom niet? 7 Is deze procedure in dit geval ook gevolgd? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe verklaart u het «participeren in de discussie» van de Nederlandse vertegenwoordiging in dit geval? 8 Hoe kan voorkomen worden dat dit voorval zich in de toekomst nog een keer zal voordoen? 9 Kan de Kamer op korte termijn, dat wil zeggen ruim voor de stemming in de JURI2, de visie van de staatssecretaris met betrekking tot de amendementen van het Europees Parlement verwachten?
V040516080.pdf (16 KB)
Commentaar |
 |
Nog geen commentaar geplaatst
|