Graafrechten worden geregeld in hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet. In dit artikel worden de huidige regels uitgelegd. In oktober 2004 is een wetsvoorstel ter wijziging van hoofdstuk 5 Tw ingediend bij de Tweede Kamer.
Voor de liberalisering van de telecommunicatiemarkt was de KPN de enige netwerkexploitant die telecommunicatiekabels in de grond legde. De KPN werd hiervoor niet aangeslagen door gemeenten met een belastingheffing die normaal gesproken geldt voor het gebruik van openbare grond van de gemeente, de precarioheffing.
In de Telecommunicatiewet staat dat iedere aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk gebruik kan maken van de openbare grond. In hoofdstuk 5 worden deze graafrechten geregeld. Volgens artikel 5.1 Tw is "eenieder... verplicht de aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanleg en instandhouding van niet gevulde mantelbuizen in en op openbare gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen." Deze verplichting geldt voor gemeenten en (onder voorwaarden) ook voor burgers.
De aanbieder kan niet zomaar aan het graven slaan. Hij dient te streven naar overeenstemming met de eigenaar van de grond over het tijdstip en de wijze van graven. Als dat niet lukt stuurt de aanbieder een kennisgeving van het tijdstip en de wijze van uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden naar de eigenaar. Deze kan vervolgens de OPTA vragen een uitspraak te doen over de onenigheid. De aanbieder moet dan wachten met graven.
De "gedoogplichtige" kan het graven dus niet eenvoudig weigeren. Hij heeft wel recht op vergoeding van eventuele schade ten gevolge van de graafwerkzaamheden. De hoogte van zo'n vergoeding is beperkt, de wet stelt dat de vergoeding voor te treffen voorzieningen en eventueel extra onderhoud marktconform is.
Het gebeurt vaak dat bij de graafwerkzaamheden schade wordt toegebracht aan leidingen die al in de grond liggen. De overheid probeert deze schade te voorkomen door oprichting en uitrusting van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Hier wordt centraal zoveel mogelijk informatie over de ligging van kabels, riolen, elektriciteitsleidingen enz. opgeslagen. Een verplichting om KLIC te raadplegen voor het graven is in de maak.
Als de gedoogplichtige een gebouw wil bouwen of werkzaamheden moet uitvoeren waarbij de kabels in de weg zitten, is de aanbieder van het netwerk verplicht de kabels op eigen kosten te verplaatsen. In andere gevallen moet de gedoogplichtige betalen. Geschillen hierover worden voorgelegd aan de OPTA.